Jûjî

paqij dikî

/pɑːˈqɘʒ dɘˈkiː/

werkwoord
  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd aantonende wijs bevestigend bedrijvende vorm van paqij kirin

    en
    second-person singular present of paqij kirin
    kmr
    kesê duyem yekjimar dema niha ji lêker paqij kirin

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.