Jûjî

pîroz dikî

/piːˈɾoːz dɘˈkiː/

werkwoord
  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd aantonende wijs bevestigend bedrijvende vorm van pîroz kirin

    en
    second-person singular present of pîroz kirin
    kmr
    Kesê duyem yekjimar dema niha ji lêkera pîroz kirin (tewandin).

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.