Jûjî

pêşeng

/peːˈʃɛŋɡ/

zelfstandig naamwoordmannelijk/vrouwelijkMeervoud: pêşeng
  1. belhamel

    de
    Anführer / Avantgarde / Feldherr / Feldhüter
    en
    leading animal in a caravan; bellwether
    tr
    alemdar / melik / öncü / önder
    kmr
    rêber, serok, pêşrew, pêşewa, birêveber, lîder
  2. pionier / voorhoede

    de
    Pionier / Vorhut
    en
    pioneer, scout, vanguard
    tr
    öncü
  3. leider

    de
    Anführer
    en
    leader
    tr
    lider / önder

Voorbeelden

  • Bêjne pêşengê xwe bila nuke bêt vêrê.

  • Hisên Mihemed pêşengê Wîkîferhengê ye.

Herkomst

Jî pêş + -eng.

Verwante woorden

Afleidingen

Andere schrijfwijzen

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.