Jûjî

nizmahî

/nɘzmɑːˈhiː/

zelfstandig naamwoord
  1. alçaklık / basıklık

    de
    Feigheit / Gemeinheit / Tiefe / Lumperei
    en
    lowness / baseness / lowliness / oblateness
    kmr
    nizmbûn, rewşa tiştên nizm

Herkomst

Ji nizm + -ahî.

Verwante woorden

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.