Jûjî

neçê

/ˈ'nɛt͡ʃʰeː/

bijvoeglijk naamwoord
  1. slecht / kwaad / lelijk

    de
    böse / boshaft / hässlich / schlecht
    en
    evil / unrighteous / disgusted
    tr
    naçiz / fena / kötü / çirkin
    kmr
    xirab, bed, nebaş, neqenc, nerind

Voorbeelden

  • Tu di derheqa min de neçê nefikirî, Petya, tiştekî nebêje... (...)

Herkomst

Ji ne- + çê.

Verwante woorden

Afleidingen

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.