Jûjî

navend

/nɑːˈvɛnd/

zelfstandig naamwoordvrouwelijkMeervoud: navend
  1. centrum / midden

    de
    Anstalt / Etappe / Mitte / Sitz
    en
    center
    tr
    orta
    kmr
    Beşa li nîveka anku nava derekê yan tiştekê/î, cihê giring.

Herkomst

Ji soranî ناوەند (nawend).

Verwante woorden

Afleidingen

Andere schrijfwijzen

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.