Jûjî

isûl

zelfstandig naamwoord
  1. usul

    de
    Angewohnheit / Bauform / Gewohnheit / Maßregel
    en
    style / way
    kmr
    awa, şêwe, şêwaz, stîl, terz, teşe, mork, islûb

Voorbeelden

  • Bê reng û bê usûl bûyîJi kuhneyan milxwar bûyî

Herkomst

Ji erebî أُصُول (ʔuṣūl) pirjimara أَصْل (ʔaṣl).

Verwante woorden

Andere schrijfwijzen

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.