Jûjî

gez dikim

/ɡɛz dɘˈkɘm/

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd aantonende wijs bevestigend bedrijvende vorm van gez kirin

    en
    first-person singular present of gez kirin
    kmr
    Kesê yekem yekjimar dema niha ji lêkera gez kirin (tewandin).

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.