Jûjî

gîha

/ɡiːˈhɑː/

1.zelfstandig naamwoord
  1. Binere: giya

2.werkwoord
  1. rayê lêkera "gîhan" bo demên borî:

Voorbeelden

  • Ez gîham malê.

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.