Jûjî

diltengî

1.bijvoeglijk naamwoord
  1. asabîlik / ezinti / gönül darlığı / ilinti

    de
    Freudlosigkeit / Aufregung / Beängstigung / Dumpfheit
    en
    dismalness / dullness / onerousness / agitation
    kmr
    qehr, keser, xemgînî, bê aramî, bêhintengî
2.zelfstandig naamwoordvrouwelijk
  1. narrow-mindedness

Herkomst

dilteng + -î

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.