Jûjî

darik

/dɑːˈɾɘk/

zelfstandig naamwoordmannelijk
  1. ağaççık / ağızlık / çomak / çubuk

    de
    Holz / Holzstückchen / Knüttel / Riegel
    en
    wood (material)
    kmr
    parçeyek darî, qedek darî

Herkomst

Ji dar + -ik.

Verwante woorden

Andere schrijfwijzen

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.