Jûjî

dûvik

/duːˈvɘk/

zelfstandig naamwoord
  1. staart

    de
    Schwanz / Schweif / Sterz / Stert
    en
    tail
    tr
    kuyruk
    kmr
    kilik, kurîk, kurî, dûv, boçik, doçik, doç, dûvelank, dûm, daw, dava dirêj ya bi derqûna hin heywanan ve

Herkomst

Ji dûv + -ik.

Verwante woorden

Synoniemen

Andere schrijfwijzen

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.