Jûjî

biçîldank

/bɘt͡ʃiːlˈdɑːŋk/

zelfstandig naamwoord
  1. kursaklı

    kmr
    biberkurk, bigeprûg, bihêrik, biberçêlk, bibertûrk, biperçîçeq, bidengik, bipelqeçîçk, bipezîzank, bikarzîdank, bigepik, bigulpik

Herkomst

bi- +çîl +-dank

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.