Jûjî

bêedebî

/beːɛdɛˈbiː/

zelfstandig naamwoord
  1. görgüsüzlük / terbiyesizlik / edepsizlik

    de
    Schamlosigkeit
    kmr
    bêpîrî, bêpîrûpergalî

Herkomst

Ji bêedeb + -î.

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.