Jûjî

aj

/ɑːʒ/

zelfstandig naamwoordvrouwelijkMeervoud: aj
  1. spruit / scheut / knop

    de
    Schößling / Ausläufer
    en
    sprout, sucker, bud
    tr
    filiz / sürgün / fışkın
    kmr
    zîl, kat

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.