Jûjî

afiyet

/ɑːfiˈjɛt/

zelfstandig naamwoord
  1. eetlust / hongerigheid / graagte / trek

    de
    Appetit / Eßlust
    en
    appetite
    tr
    afiyet / arzu / istek / iştah
    kmr
    noşîcan, noş, xweşî, bo tendiristiyê xweş yan baş

Voorbeelden

  • Afiyet be!

Herkomst

Ji erebî عَافِيَة (ʕāfiya).

Verwante woorden

Afleidingen

Andere schrijfwijzen

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.